Helft van de huishoudens heeft te lage spaarbuffer, waarschuwt AFM

Ton Hermans

16/07/2020

De helft van de Nederlandse gezinnen houdt een te lage spaarbuffer aan. Dat zegt de AFM na eigen onderzoek. "De financiële weerbaarheid van huishoudens is door de coronacrisis behoorlijk op de proef gesteld", concludeert de toezichthouder.

Een doorsneehuishouden kan bogen op slechts 2.000 euro om een inkomensterugval mee op te vangen, zónder dat het het spaarpotje voor tegenvallers moet worden aangesproken. Vooral jongeren, flexwerkers en zelfstandigen zijn kwetsbaar, zegt AFM.

Crisis legt kwetsbaarheid bloot

Bij de uitbraak van de coronacrisis en het instellen van de lockdown hebben veel kwetsbare groepen hulp gekregen van de overheid. Maar die hulp biedt slechts tijdelijk verlichting, waarschuwt de toezichthouder. Veel huishoudens hebben simpelweg te weinig geld achter de hand, en deze crisis legt dat bloot.

De verschillen tussen gezinnen zijn groot. Ruim 20 procent van de huishoudens heeft minder dan 2.500 euro opzijgezet op een bank-, spaar- of beleggingsrekening om een plotselinge daling van het inkomen te kunnen opvangen. Aan het andere eind van het spectrum staat een kleine groep van 2 tot 4 procent die meer dan 250.000 euro tot zijn beschikking heeft.

Dit betekent volgens de AFM dat nogal wat Nederlanders risico lopen. Als hun inkomen weg- of terugvalt door verlies van werk, kunnen ze in de knel komen en bijvoorbeeld hun vaste lasten niet meer betalen. Denk aan de huur of hypotheek, de energierekening en de premie van de zorgverzekering.

Meer dan helft inkomen gaat naar vaste lasten

De meeste huishoudens zijn iets meer dan de helft van hun inkomen elke maand kwijt aan die vaste lasten. Maar voor bepaalde groepen loopt dit op tot twee derde of zelfs driekwart. Dit geldt bijvoorbeeld voor mensen met een laag inkomen, flexwerkers, eenoudergezinnen en gezinnen waarvan de hoofdkostwinner jonger is dan 35 jaar.

"Dit maakt jongeren en flexwerkers drievoudig kwetsbaar voor een crisis", zegt de AFM. "Ze lopen een groter risico op werkloosheid, zijn kwetsbaarder vanwege hun relatief hoge vaste lasten én hebben vervolgens amper geld achter de hand om op terug te vallen."

Zelfstandig ondernemers hebben wel vaak een grotere buffer, maar een inkomensterugval is voor hen tegelijk veel ingrijpender – waardoor ook zij een kwetsbare groep vormen.

Gevaren liggen op de loer

Tijdelijke overbruggingsuitkeringen, ingelaste betaalpauzes en hernieuwde schema's voor aflossen van leningen lossen het probleem niet op, waarschuwt de toezichthouder. Er kunnen zelfs nieuwe problemen door ontstaan op langere termijn.

Bijvoorbeeld doordat verzekeringen worden opgezegd of er minder wordt gespaard voor pensioen. Ook kunnen mensen een vlucht nemen naar gevaarlijkere (illegale) leningen als ze niet meer in aanmerking komen voor een krediet.

(door Ton Hermans, 16 juli 2020; Bron: AFM)